Sientje was nog niet zo lang bij ons en we reisden stad en land af met onze teckel. Bij vrienden en kennissen liep ze de deur plat. Ongelukjes achterlatend en nieuwe dingen ontdekkend. Zo namen we haar eens mee naar het zomerhuis van een vriend in Giethoorn. Het was eigenlijk niet zijn vakantiehuis, maar het vakantiehuis van zijn opa. Een indrukwekkende boerderij aan het kanaal, met een overweldigend rieten dak.

Zomerhuis

We bezochten mijn studievriend in het zomerhuis van zijn opa. Het was mooi weer, ik denk zo’n voorjaarsdag nog buiten het toeristenseizoen. Hij zat buiten in de tuin en we kwamen bij hem zitten. Ik hield Sientje dicht bij mij. ‘Je kunt haar wel loslaten hoor’, zei mijn vriend. Ik vertrouwde het niet. ‘De tuin is helemaal afgesloten, ze kan nergens heen.’ Hij had gelijk. Aan de ene kant was alleen water en voor de andere kant moest ze helemaal om het huis heen. Ook kwamen in dat stukje Giethoorn geen auto’s. Inge vond het ook een goed idee. Zo zaten we daar en lieten Sientje los.

Ze bleef bij ons in de buurt, snuffelde heerlijk rond maar verdween stapje voor stapje uit ons zicht. ‘Waar is ze nu?’ vroeg ik. ‘Ik denk dat ze naar achteren is’, zei mijn studievriend. ‘Ze kan daar nergens heen.’ Ik vertrouwde het toch niet helemaal. Ook omdat ze wegbleef. Ik liep naar achteren; geen Sientje. Ik kwam terug en vertelde dat ze weg was. Gelijk liep ik door naar de voorkant van het huis. Onderwijl riep ik Sientje.

Bed viooltjes

Nee, ze was niet op het pad dat voor het huis liep. Ze kon onmogelijk door het hekje. Ik liep verder naar opzij en speurde langs het pad. Mijn studievriend stiefelde langs mij. ‘Vreemd’, zei hij. Ze kan nergens weg. Ik riep haar en ontdekte dat ze bij de buren in de tuin liep, dwars door het perkje met viooltjes. Ik stapte over de heg, knielde bij het bed viooltjes en trok haar daar vandaan. Niet dat ze bewust weggelopen was. Het was haar nieuwsgierigheid geweest die haar hier naartoe lokte. We probeerden het nog een keer, maar ze werd steeds aangetrokken tot het bed viooltjes van de buurman. Zodoende hielden we haar de rest van het bezoek maar vast aan de lijn.


In het zomerhuis gingen we later even zitten. Daar ontdekte Sientje de mand en het grote bot van de hond die hier ook weleens kwam. De forse airedaleterriër wist goed raad met deze gigantische botten van runderhuid. Sientje rook eerst kritisch aan het immense bot, pakte het op en liep ermee weg. Onderwijl wankelde ze door het grote gewicht van het bot. Maar ze ging er eens goed voor zitten en begon te kauwen aan het bot dat veel te groot voor haar was.

Geen bot te groot

Ze genoot van het bot en aan het eind van de middag was het bot een flink stuk kleiner. We hoefden dus echt niet altijd van die kleine botjes voor haar te kopen, leerden we hier. Met een groot bot als dit – de grootste maat botten in runderhuid – wist ze heel goed raad en daar kon ze ook een paar weken langer mee doen dan met die dunne staafjes van nauwelijks een centimeter doorsnee waarop we haar normaal trakteerden.

Lees volgende week het vervolg »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief