Een paar weken geleden verkochten we onze boormachine. Hij was te zwaar voor ons en voor ons nieuwe huis wilden we de andere boormachine gebruiken die ook nog hadden. De boormachine – een heuse boorhamer om in het beton te kunnen boren – leverde niet zoveel op, maar we waren hem kwijt.

Een oud mannetje in een scootmobiel kocht hem, mopperend dat het te duur was en twijfelend of hij wel in beton kon boren. Hij zou de resterende 5 euro een week later door de brievenbus doen. Als de uitkering voor de volgende maand binnen was. Maar hij had zoveel te boren dat hij hem nu echt nodig had.

Of hij blij was met het koopje of dat hij echt uit de brand was, was mij niet duidelijk. Ik voelde me – eerlijk gezegd – een beetje door hem besodemieterd. Die 5 euro hebben we nooit meer gezien en dat wisten we eigenlijk toen hij al wegreed.

Dat beeld. Van de boormachine die we hebben weggedaan, kruipt de laatste 2 weken geregeld door mijn hoofd. Zeker de boormachine was veel te zwaar om in ons houten huisje te gebruiken, maar precies met al dit werk heeft de andere boormachine het opgegeven. Hij doet het niet meer, wat we er ook aan doen. Hij heeft de geest gegeven.

Moeten we nu een nieuwe boormachine kopen? Want we moeten toch best veel doen aan werkzaamheden in huis. We hebben hem laatst geleend bij de buurman. En voor dit weekend hebben we hem van andere een buurman iets verderop geleend. We mogen hem even gebruiken van hem. Dat is onwijs tof. Dus voorlopig gaan we het op die manier proberen. We zullen eerst maar eens kijken of we het zo redden. Of dat we echt niet zonder kunnen.

Al blijft dat beeld van die veel te goedkoop verkochte boormachine door mijn hoofd spelen.