Als je de plannen van nieuwe bewoners in Oosterwold moet geloven, dan ontstaat hier een heuse fruitboomgaard. De grootste misschien wel van Europa. Iedereen spreekt over het planten van fruitbomen om aan de definitie van stadslandbouw te voldoen. Wij willen eigenlijk al vanaf het moment dat we ons inschreven voor de Tiny House Farm iets met fruit, vooral kleinfruit: braam, framboos en rode bes.

Vakantie. We beloven elkaar dat we helemaal niks aan het huis gaan doen. Dat mislukt zaterdag al. We krijgen bezoek en willen wel wat dingetjes netjes hebben. Zo sleep ik nog een paar dozen boeken in de kast, hangen we nog een paar dingen aan de muur en ruimen we de rest zoveel mogelijk op.

Een stuk netter. En als we dan een paar dagen later lekker naar de stad gaan, stellen we op de terugweg voor om nog even langs het tuincentrum te rijden. Gewoon, voor inspiratie. En misschien een braamstruik als we die onverhoopt tegenkomen.

En dan zien we fruitbomen staan. Met korting. Klopt ons hart een stuk sneller van. En gaan inslaan. 9 fruitbomen: appels, peren, pruimen, kersen en zelfs een amandelboom. En de braam met een herfstframboos. Het past maar net in de auto.

We slaan aan het planten in een hoekje van de tuin. Niet te ver van huis, dicht tegen de toekomstige moestuin. De voorgenomen beplanting in de doorwaadbare zone mislukt. Ik kom er met de schop niet door. Daarom krijgen de 9 bomen een mooi plekje aan de andere kant van de sloot.

Natuurlijk gaat het waaien. Als we een boom planten, gaat het waaien. Het begon al met de bessenstruiken en de sering in augustus, vlak na de verhuizing. Nu waait het weer flink. Gelukkig niet zo hard als de vorige keer, maar het is guur genoeg.

Na afloop, schrijven we zorgvuldig op waar we wat gepland hebben. Op het boekje schrijft Inge ‘tuinplan’ in kleurige letters. Best een uitzoekwerk. Ook omdat bomen elkaar moeten bestuiven en daarom niet te ver van elkaar mogen staan. En we worden helemaal blij van al die vruchten die we straks gaan verwerken in heerlijke gerechten.