We lagen lekker op tijd in bed. Alles gedaan, het licht uit beneden, de hond in de bench en we gingen heerlijk slapen. Het licht ging uit en we zeiden elkaar goedenacht. We lagen zo heerlijk te dommelen tot we beneden ineens een klap hoorden. Wat zou dat toch kunnen zijn? De deur hadden we toch op slot gedaan. Dit moet een inbreker zijn, schoot door mij heen. Ik moest maar op verkenning gaan. Je kunt zo iemand toch niet zijn gang laten gaan.

Ik liep voorzichtig de trap af. Mijn hart klopte in mijn keel. Het zou toch niet? Inge dekte mij en stapte de woonkamer binnen. Alles doodstil. Ik deed het licht aan. Sientje stond voor mij en kwispelde. We waren haar vergeten in de bench te doen en ze had iets van de tafel op de grond gegooid. We schaterden het uit en gingen snel weer naar boven om nu echt te gaan slapen.

Licht branden?

Een paar jaar later, we waren verhuisd, werd ik midden in de nacht wakker van kabaal beneden. Ik zag tot mijn verbazing licht branden door het raampje in de deur naar beneden. Wat is er aan de hand? Mijn hart klopte in mijn keel. Het zou toch niet? Hier was iets aan de hand beneden. Ik wist zeker dat ik het licht had uitgedaan. Sientje was stil gebleven.

Ik wapende mij met een stok in de hand en liep zachtjes naar beneden. Treetje voor treetje. Inge dekte mij in de rug. Ik keek de hoek om. Niemand, maar het raam aan de voorzijde van ons huis stond open. Hier was iemand naar binnen gedrongen. Er was inderdaad ingebroken. Sientje was doodstil. Ze lag te bibberen in de bench. We belden de politie.

Iedereen binnenlaten

Een kwartiertje later reed de politieauto voor langs. De agenten kwamen binnen. Sientje begon te blaffen. ‘Had dat nou net gedaan’, verzuchtte ik. ‘Tja’, zei de agent. ‘Ik heb ook zo’n ding thuis, maar die moet je echt niet nemen tegen de inbrekers. Ze laten iedereen binnen.’ Zijn collega wist mij te verzekeren dat de inbreker echt niet het huis was binnengegaan als Sientje geblaft zou hebben. Ze was echter doodstil geweest. Onze hond die om een vallend blaadje blafte, maar bij plunderaars en geweldenaars in haar mandje lag te rillen als een juffershondje. Ik begreep het niet.

Ik heb het later vaak gehoord dat huishonden weinig angst inboezemen bij inbrekers. Een paar huizen verder leven 7 honden in huis. Maar geen kik toen inbrekers 2 flatscreen televisies, 3 laptops en een paar mobieltjes meenamen. Doodstil bleven ze. Net als Sientje. Precies wat de agent zei. ‘Zo’n ding is voor de gezelligheid, maar niet tegen inbrekers.’

Lees volgende week het vervolg »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief