img_20160101_110402.jpg
Al jaren speel ik met het idee om iets te gaan doen met Dantes Divina Commedia vertaald als Goddelijke komedie . Graag zou ik het grote dichtwerk als inspiratie willen gebruiken voor een langere dichtreeks.

Ik beschik inmiddels over een flink aantal vertalingen van dit meesterwerk uit de Europese literatuur. Daarom blog ik elke woensdag over een Canto uit die magistrale literaire werk.

Het project Divina Commedia
Inleiding bij het project.

Divina Commedia: waar begint het?
Hoe is Dante Aligherie op het idee van de Goddelijke komedie gekomen?

De Hel

Donker woud: Divina Commedia: Hel: Canto 1
In het eerste Canto uit de Divina Commedia krijgt Dante de uitnodiging om op reis te gaan door het hiernamaals.

Vertwijfeling: Divina Commedia: Hel: Canto 2
In het 2e canto slaat de twijfel toe bij Dante. Is hij wel in staat om deze reis te maken?

Hellepoort: Divina Commedia: Hel: Canto 3
Het 3e canto opent met het opschrift dat boven de poort van de hel staat.

De ringen van de hel
Dantes indeling van de hel.

Dante, de Arabier
Het idee van een tocht door het hiernamaals, compleet met de steeds dieper zakkende reis door de hel, is niet nieuw. Waar heeft Dante het mogelijk vandaan?

Ongedoopten: Divina Commedia: Hel: Canto 4
Dante biedt een interessante inkijk in de 1e ring van de hel. Hier verblijven alle ongedoopten. Hij komt hier een paar grote schrijvers tegen.

De wellustigen: Divina Commedia: Hel: Canto 5
In de 2e ring van de hel, stuit Dante op het liefdespaar Francesca en Paolo. Het behoort tot de mooiste liefdesscènes uit de wereldliteratuur.

De vraatzuchtigen : Divina Commedia: Hel: Canto 6
In de 3e hellekring valt een onophoudelijke ijskoude regen. Hier is de plek van de vraatzuchtigen.

Gierigaards en verspillers: Divina Commedia: Hel: Canto 7
Verspillers en gierigaards mogen elkaar in de 4e kring van de hel straffen. Op een prachtige manier plaatst de verteller beide zonden tegenover elkaar.

Tragen en toornigen: Divina Commedia: Hel: Canto 8
Dante en Vergilius zien in de verte de toren van de stad Dis, maar ze moeten eerst door de hellekring met de tragen en toornigen.

De ketters: Divina Commedia: Hel: Canto 9
Bij de poort van de stad Dis, waar de ketters verblijven, mogen Dante en zijn begeleider Vergilius niet naar binnen. Ze dreigen te worden afgeslacht door een bloeddorstige menigte.

Stadsgenoten: Divina Commedia: Hel: Canto 10
Als ze eindelijk door de stad lopen, komt Dante een paar bekende stadsgenoten tegen. Ze voorspellen hem een noodlottige toekomst.

De geweldplegers: Divina Commedia: Hel: Canto 11
Op de rand van de rotswand naar de 7e hellekring krijgt Dante uitleg wie hier eigenlijk verblijven.

Centauren en kokend bloed: Divina Commedia: Hel: Canto 12
In dit deel van de hel komen Dante en Vergilius een paar mythische wezens tegen, waaronder het monster Minotaurus met de koeiekop en de centauren, half mens, half paard.

Harpijen en kreupelbos: Divina Commedia: Hel: Canto 13
In de 2e cirkel van de 7e hellekring lopen Dante en Vergilius door een kreupelbos. Hier verblijven de zelfmoordenaars.

Geologie van godslasteraars: Divina Commedia: Hel: Canto 14
De landschappen die worden beschreven in de Goddelijke komedie van Dante.

Tegennatuurlijke zondaars: Divina Commedia: Hel: Canto 15
Dante en Vergilius treffen de homoseksuelen aan in de hel.

De waterval: Divina Commedia: Hel: Canto 16
Dante en zijn gids Vergilius lopen nog altijd door de 3e cirkel in de 7e hellekring. De plek waar de tegennatuurlijke zondaars vertoeven.

Woekeraars en Geryon: Divina Commedia: Hel: Canto 17
Een imposant monster neemt de 2 dichters mee om naar de volgende hellekring te worden vervoerd.

Verleiders en vleiers: Divina Commedia: Hel: Canto 18
Op de helft van de reis door de hel, bereiken Dante en Vergilius de 8e hellekring.

Simonieten: Divina Commedia: Hel: Canto 19
De Simonieten verwijzen naar de Simon de Tovenaar uit de bijbel. Simon wil geld betalen om de wonderen die de apostelen verrichten, ook te kunnen doen.

Tovenaars en waarzeggers: Divina Commedia: Hel: Canto 20
De reizigers door de hel, komen in de 4e ringgracht van de 8e hellekring bij de tovenaars en waarzeggers.

Oplichters en rechtverkrachters: Divina Commedia: Hel: Canto 21
Een dikke kolkende peklaag stroomt door de ring waarin de oplichters en rechtverkrachters verblijven in de hel.

Duivels, dolfijnen en pekdrijvers: Divina Commedia: Hel: Canto 22
De duivels krijgen namen in dit deel van de hel.

Goddelijke voorzienigheid: Divina Commedia: Hel: Canto 23a
De prachtige fabel van de kikker en de muis, passeert in deze canto.

Huichelaars en hypocrieten: Divina Commedia: Hel: Canto 23b
De 6e ringgracht in de 8e hellekring is de plek van de huichelaars en hypocrieten.

Dieven en rovers: Divina Commedia: Hel: Canto 24
Dante en Vergilius belanden bij de brug die de zesde kring van de 10 grachten verbindt met de zevende kring.

Gedaanteverwisseling: Divina Commedia: Hel: Canto 25
Dante besteedt tijdens zijn reis door het hiernamaals veel aandacht aan de dieven en rovers. Ze vormen misschien wel de grootste groep zondaars in de hel.

De slechte raadgevers: Divina Commedia: Hel: Canto 26
Dante verfoeit de daden van zijn stadgenoten en geeft ze een royaal plekje hier tussen de rovers en dieven.

De graaf en slechte raad: Divina Commedia: Hel: Canto 27
De helden van deze reis door het hiernamaals zien al iets van wat straks komen gaat: de louteringsberg.

Zaaiers van tweedracht: Divina Commedia: Hel: Canto 28
Dante en Vergilius komen aan bij de 9e ringgracht in de 8e kring van de hel. De sfeer wordt steeds grimmiger.

Vervalsers: Divina Commedia: Hel: Canto 29
Dante wil gaan huilen van alle smart die hij hier ziet. Gelukkig trekt Vergilius hem weer bij zijn verstand.

Bekvechten: Divina Commedia: Hel: Canto 30
Dante en Vergilius blijven nog even bij de vervalsers in de 10e ringgracht van de Malebolge, de kring met de 10 grachten of balgen erin.

Krachtpatser: Divina Commedia: Hel: Canto 31
Ze komen in het binnenste van de hel.

Bevroren hoofden: Divina Commedia: Hel: Canto 32
Op de onderste laag van de hel, het centrum van de aarde, is de grond bevroren.

Bevroren tranen: Divina Commedia: Hel: Canto 33
Het is in het binnenste van de aarde bij Dante zo koud dat de tranen meteen bevriezen.

Het diepste van de hel: Divina Commedia: Hel: Canto 34 deel 1
Het meest onaangename deel van de hel: het binnenste van het binnenste. Hier verblijft Lucifer.

Afscheid van Lucifer: Divina Commedia: Hel: Canto 34 deel 2
De kou hier op het verste puntje van de aarde is ondragelijk, schrijft Dante.

Intermezzo: Divina Commedia: Tussen hel en hemel
Breekt met het 2e deel, de Louteringsberg het mooiste deel van de Goddelijke komedie aan?

Louteringsberg

Divina Commedia: Louteringsberg – een inleiding
Dante ontsnapt uit de hel via een verborgen gang, een kronkelig pad in de rotsen naast een beekje. Aan het einde ziet hij een ronde opening.

Het schip van mijn geest: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 1
De verteller haalt onderaan de Louteringsberg diep adem voordat hij zijn tocht voorzet.

Grijsaard aan de poort: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 1b
Hier aan de poort van de Louteringsberg heerst de hoop. Dante ziet zelfs Venus aan de hemel staan.

Naderende engel: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 2a
De kracht van Dantes Divina Commedia schuilt in de treffende vergelijkingen. In dit 2e lied gebeurt dat.

Aflaten: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 2b
De goddelijke vogel, zoals Dante de engel op de naderende boot noemt, wordt vergezeld met psalmgezang. Psalm 114 zingen ze.

Geëxcommuniceerden: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 3
Tot zijn schrik ziet Dante dat alleen hij een schaduw heeft als de zon hen van achteren beschijnt.

Tegen de luiheid: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 4
Dante gaat helemaal op in het verhaal van koning Manfred en vergeet de tijd.

Niet laten afleiden: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 5
De 2 reizigers hebben zich losgemaakt van de groep schimmen. Niet veel later schreeuwt een schim achter Dante dat hij wel een levend wezen lijkt.

Gewelddadig omgekomenen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 6a
De 6e Canto opent met een mooie vergelijking. De verteller zegt dat de winnaar van het dobbelspel triomferend wegloopt, omringd door de verliezers.

Italiaanse toestanden: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 6b
In de Louteringsberg zitten de mensen die vaak het slachtoffer zijn van de problemen in Florence, zoals in dit vers.

Liefde voor Florence: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 6c
Spreekt Dante in het eerste deel van de Goddelijke komedie zijn afschuw uit over de wantoestanden in zijn geboortestad, in het 2e deel is er meer ruimte voor hoop en verlangen.

De benedenhelling: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 7a
Troubadour Sordello heeft net een preek gehoord van Dante over de wantoestanden (of is het liefde?) in Italië en Florence tot hij zich omdraait naar Dantes reisgenoot.

Veroordeeld tot de hel: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 7b
In het gesprek met de troubadour Sordello haalt Vergilius een interessant onderwerp aan over de predestinatie.

Engel en slang: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 8
Het 8e lied van de Louteringsberg begint meteen met een prachtige vergelijking om te laten zien hoe laat het eigenlijk is.

Op vleugels gedragen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 9a
Het is donker en Dante wordt door slaap overmand. Hij vindt een rustig plekje om te liggen en valt in slaap.

Toegangspoort: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 9b
De toegangspoort van de louteringsberg zit in een spleet, zoals de barst die door een muur loopt.

Rups en hemelvlinder: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 10a
De poort van de Louteringsberg valt weer knarsend in het slot als Dante en Vergilius naar binnen zijn gegaan. Dante kijkt niet achterom, merkt hij stellig op.

Atlant en Kariatide: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 10b
De eerste zielen komen op het tweetal af na het tafereel met de berg waarop figuren levensecht staan afgebeeld.

Hoogmoedigen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 11a
Op de eerste omgang van de Louteringsberg prevelen de zielen het onze vader. Ze hebben er wel hun eigen draai aan gegeven.

Oefening in Nederigheid: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 11b
Het gesprek met de miniatuurschilder Oderisi, mondt uit in een monoloog over kunst. Wat bepaalt dat je een goede kunstenaar bent?

Levensechte afbeeldingen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 12a
Dante merkt dat hij net zo gebogen en traag loopt als de Oderisi. Als ossen onder een juk, zo lopen ze daar samen in dit gedeelte over de Louteringsberg.

Tekens op voorhoofd: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 12b
Dante krijgt weer aansporingen van zijn begeleider Vergilius. Hij moet vaart maken. De tijd is belangrijk en hij kan niet overal uren verblijven.

Afgunstigen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 13a
Bovenaan de trap bevindt zich de 2e omgang van de Louteringsberg. Dante komt in het gedeelte waar de afgunstigen zich louteren.

Vroege merel: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 13b
Zoals Nederlandse nieuwsberichten altijd vermelden of er onder de slachtoffers Nederlanders zijn, zo vraagt Dante of er misschien Italianen onder hen zijn.

De loop van de Arno: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 14a
De 2 dichters lopen verder langs de bergrand. Ze horen stemmen van 2 Italianen die zich afvragen wie zij toch zijn, waarvan 1 een lichaam heeft.

 

Gedichten/haiku’s

Op zoek naar Dante (haiku)

Donkere schaduwen (haiku)

Levenspad (haiku)

Levensmidden (haiku)

Het donkere woud – Canto 1